Waar vind je jouw toekomstige hond?

Rashond ongezond? Ligt eraan…!

Uit onderzoek blijkt dat dierenartsen honden registreren als zijnde van een bepaald ras, omdat ze daarop lijken, niet omdat het bewijs middels een stamboom is geleverd. Ook gaan mensen met ‘rashonden’ sneller naar de dierenarts dan mensen met complete ‘mixjes’… Tevens blijkt uit een vergelijking tussen gegevens van dierenartsen en rashondenorganisaties dat het grootste deel van de rashondenproblemen wordt gevonden bij de stamboomloze honden. Een goede fokker heeft nogal wat om over na te denken, en jij als je een hond zoekt ook! Kijk maar eens bij Erfelijk? 

Broodfokhond blijft achter in socialisatie en gezondheid

Het karakter en de ervaringen van de ouderdieren worden genetisch en epigenetisch doorgegeven aan hun kroost. Het is dus belangrijk dat de ouderdieren een goed karakter hebben en geen slechte ervaringen opdeden, ook niet tijdens de dracht. De eerste drie maanden van een hondenleven worden ‘eerste socialisatiefase’ genoemd en vormen de basis voor de rest van zijn leven. Wat hierin niet goed wordt gedoseerd of niet wordt meegemaakt, is later niet in te halen, en wordt met goede begeleiding hooguit iets minder onwennig. De pup moet veel mensen en zaken als normaal gaan ervaren. Hij heeft naaldscherpe tandjes omdat hij moet leren dat hij een ander geen pijn mag doen (inhibited bite). Hij moet wennen aan de auto, de stofzuiger, de kat van de buren, onbeholpen kleine kinderen, enz. Een goede fokker steekt veel tijd in de voorbereidingen (ouderdieren) en vroege socialisatie (pups).

Bij een pup uit een soort schuur van een (Nederlandse, Poolse, Roemeense enz.) broodfokker komen vaker en hardnekkiger problemen voor als:
– medische problemen (want ouders niet getest, gebrekkige verzorging, enz.)
– blijven vervuilen van het eigen nest
– geen rust hebben
– geen grens accepteren
– sterk prikkelgevoelig, snel en veel blaffen
– bang voor mensen en hun handen

– angst en agressie
– hard bijten, ook bij spel
– voernijd

Uit een sinds 2010 lopend Nederlands onderzoek blijkt dat slecht gesocialiseerde honden, vooral afkomstig uit broodfok, verantwoordelijk zijn voor meer dan 70 % van alle geregistreerde bijtincidenten. Van alle honden die gebeten hebben, heeft 78 % geen stamboom, terwijl er waarschijnlijk evenveel honden met als zonder stamboom zijn in Nederland.

Dit wil niet zeggen, dat er geen slechte stamboomhondenfokkers zijn of geen goede mixjes! Hoewel ik tegen het in stand houden van broodfok ben, verdienen vele volwassen honden uit asiels en rescues, of van particulieren die noodzakelijkerwijs afstand moeten doen van hun hond, een Eigen Mens en Mand, zie ook onder Alternatief!


voorbeeld van broodfok advertentie

Hoe vind je een goede fokker?

Tip: Neem geen kinderen mee; zij verhinderen dat je je een objectief oordeel vormt over de honden en de fokker. Vertel de fokker wel dat je kinderen hebt en vraag wanneer zij kunnen komen kijken. De hond en het gezin moeten een heel hondenleven lang (toch gauw veertien jaar) blij zijn met elkaar. Dat kan een stuk minder zijn wanneer je vanwege de kinderen een hondje meeneemt, terwijl je er niet 100% achter staat, bijvoorbeeld omdat je toch bij een broodfokker terecht kwam… Een hond is geen Kerstcadeau of iets dat je in een opwelling langs de straat koopt. Het is moeilijk een zielige pup de rug toe te draaien, maar als je zo’n hondje koopt, zal de fokker gewoon doorgaan, en heb je misschien veel zorgen en kosten om het dier.

Een goede fokker weet praktisch alles van zijn ras en verkoopt geen pup aan mensen die hun hond wegdoen als het vakantie wordt, hij niet bij de nieuwe bank kleurt of (iemand) ziek wordt. Het is niet perse een grote fokker met rijen bekers, en kampioenen waar hij verder niet al teveel om geeft. Het kan juist de kleine hobbyfokker zijn, met minder kampioenen, maar veel kennis van het ras en liefde voor de hond.

GOEDE FOKKER
1     Wil van alles van je weten om er zeker van te zijn dat zijn pup een leven lang gelukkig met jou zal zijn en jij met de pup. Sommigen laten je een schriftelijke vragenlijst invullen.
2     Vertelt je alle nadelen van het ras: bij de Langharige Whippet / Windsprite de jachtdrift en het zachte karakter, MDR1, geen waakhond, enz.
3     Wil dat je de pup zelf ophaalt of brengt hem zelfs. Als dat echt niet kan, wordt een voor de pup zo stressvrij mogelijke oplossing gezocht.
4     Biedt een overzicht van voor het ras specifieke gezondheidstesten en de uitslag van de fokdieren en pups, daarnaast heeft een dierenarts recent de algemene gezondheid van de dieren onderzocht. De hond heeft de nodige entingen en wormkuren volgens schema gehad en is gechipt. Bij de Langharige Whippet / Windsprite moeten de pups getest zijn op MDR1 en CEA. Deze papieren horen bij de hond.
5     Biedt een contract met verplichtingen voor beide partijen. Let op, dat je jezelf daarin moet kunnen vinden.
6     Voorkomt dat zonder zijn toestemming wordt gefokt met zijn honden, bijvoorbeeld door mede-eigenaar te blijven tot de hond is gecastreerd.
7     Wil graag (los) contact houden en dat je eerst met hem contact opneemt als je niet langer voor de hond kunt zorgen, zodat deze niet in een asiel of zo terecht komt. Het moet klikken met de fokker; naast de dierenarts is hij je eerste aanspreekpunt.

 

LAAT JE NIET NEPPEN, VRAAG MEER INFORMATIE
1     ‘Gelicensieerde of erkende kennel’ zegt niets over de kwaliteit van de hond, net zo min als ‘met papieren, geregistreerd, met stamboom’. Bij zeldzame rassen als de Langharige Whippet / Windsprite krijg je geen FCI stamboom, maar hoef je ook geen genoegen te nemen met een eigen gemaakte stamboom. Elk land, zelfs elke vereniging, mag zijn eigen stambomen uitgeven, maar bij voorkeur is de hond (ook) geregistreerd bij de International Windsprite Club (IWC). Ter verificatie is het DNA profiel van elke IWC hond vastgelegd.
2     Advertentie op Marktplaats. Dit kan een broodfokker zijn, maar ook een serieuze fokker. Kijk eens hoe vaak deze fokker diverse honden aanbiedt, en wees op je hoede als je bij de fokker gaat kijken. Hoe meer nesten en hoe meer rassen tegelijk, hoe meer commercie belangrijker is dan de hond.
3     Hoe jong kreeg de moeder haar eerste nest? Hoeveel tijd krijgt zij rust voor zij weer een nest krijgt? Hoeveel nesten heeft zij al gehad? Wie waren de vaders? Hoe gaat het met de kinderen? Een teef die al bij haar tweede loopsheid wordt gedekt en vervolgens elk jaar weer en die al drie nesten had, klinkt niet goed. In een wilde roedel had zij haar eerste en misschien wel enige nest pas gehad als zij na een aantal jaren de functie van roedelleider had bemachtigd.
4     Waar is de moeder? Wacht op haar als ze, hoewel bekend was hoe laat je zou komen, ‘net even wordt uitgelaten’. Hoe gedraagt zij zich tegenover de pups en tegenover jou? Zij hoort zelf te kunnen kiezen wanneer ze bij de pups wil zijn en wanneer ze rust wil.

 

SLECHTE FOKKER
1     Heeft meer honden dan hij aankan. Een huis met honden zal niet smetteloos schoon zijn, zeker niet bij sterk verharende honden, maar hoeft niet te stinken en moet redelijk schoon zijn. Pups zijn niet zindelijk en er kan iets liggen, maar niet van drie dagen. Een vies huis of vieze kennels zijn een teken dat er parasieten kunnen zijn, of dat er een besmettelijke ziekte heerst. Misschien zijn de honden bij binnenkomst opgesloten in een kennel of schuur, dat hoeft niet te betekenen dat zij altijd worden opgesloten. Kijk of ze gewend zijn buiten hun kennel of schuur te komen, of ze zich op hun gemak voelen in de kamer. En een hond kan altijd iets mankeren, maar dat mag niet verwaarloosd zijn. Vraag ernaar!
2     De honden maken een slechte indruk. Zij lijken ziek, zijn schuw of bijterig. De moeder is niet aanwezig, of gedraagt zich niet zoals van haar mag worden verwacht. Zij brengt niet alleen de helft van de genen in, maar de pups vormen zich ook naar haar voorbeeld. Je krijgt wat je ziet!
3     ‘Puppies altijd beschikbaar, gespreide betaling mogelijk, mogen weg als ze zeven-acht weken zijn’. Broodfok; pups hebben waarschijnlijk minder aandacht gehad en het kan de fokker niet schelen of je er wel voor kunt zorgen. In de eerste acht weken leert een pup dingen die mensen hem bijna niet kunnen leren. Hij heeft zijn moeder en nestgenoten nodig om zich tot een stabiele hond te kunnen ontwikkelen. Ook oudere dieren gaan gemakkelijk een band aan met hun nieuwe mensen, mits zij de eerste drie maanden voldoende positief contact met mensen hadden.